De zon scheen. Buiten was het warmer dan binnen. Een bijzonder verwarrend fenomeen voor een Nederlander in Spanje. Zo verkleumd zijn dat je eigenlijk de bank niet afwilt, onder de deken wilt blijven en als je dan eindelijk – na uren dralen – de trap afloopt en de deur uitstapt, erachter komen dat het buiten warmer is.

Ik stap op de fiets en rol de berg af naar de overdekte markt. Mijn Spaans is nog steeds belabberd, maar de meeste keukeningrediënten ken ik ondertussen bij naam.

Ik koop 1 kg mandarijnen, 2 citroenen en een tros druiven bij de fruitkraam. Bij de notenkraam wil ik 200 gram amandelmeel. Een kleine, bolle zestiger met beige wollen trui en wit schort neemt mijn bestelling op. Ik waan mij in een dorpswinkel uit de jaren ’50, die ik overigens alleen maar ken uit boeken en tv-series als Moeder ik wil bij de revue. Een ouderwetse kruidenier die al mijn bestellingen in zakjes schept, waarschijnlijk stond zijn vader hier 50 jaar geleden met eenzelfde buik, trui en schort. Het Spaanse leven doet sowieso regelmatig denken aan het Nederland van vroeger. Nauwelijks geïsoleerde huizen, een gasleverancier die luid toeterend tweemaal per week door de straten rijdt, waarop uit diverse huizen vrouwen komen om hun lege gastank te verruilen voor een volle.

Enigszins aarzelend vraag ik de man of hij amandelmeel heeft. “Sí, quanto?” “Doscientos” met grote ogen en veel drama vraagt hij: “Kilos?” Zijn vrouw – minder bol, met lichtblauwe trui en wit schort – schudt achter zijn rug meewarig haar hoofd, zó duidelijk dat hij het met zijn achterhoofd nog kan opmerken. Ik schiet in de lach. Een grap zo flauw dat mijn opa hem ook gemaakt zou hebben, maar ik begrijp hem. “Heeft u 200 kilo op voorraad dan?” Helaas niet, dus schept hij grinnikend 200 gram voor mij in een zakje. Ik reken af en loop naar de volgende kraam. Met lichte tred, mijn rieten tas – echt Majorquin – vrolijk van voor naar achter slingerend.

’s Avonds vertel ik trots het verhaal aan mijn huisgenoot, over de eerste Spaanse grap die ik snapte. ’t Was wel een hele slechte, concluderen we.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *